Door het water heen
Tekst: Efeziërs: 2 8-9 | Spreker: ds. Clementine Koper
Lees de preek
LET OP: De volgende tekst is automatisch uit de video gehaald, dit kan dus fouten bevatten.
Laten we samen God danken, God bidden. Heere God, wat we elke keer horen, u bent trouw en u bent erbij. Wat we door de getuigenissen heen horen is dat u een God bent van dichtbij. Dat u rust brengt, dat u vernieuwing brengt in het leven, dat u bij ons bent. Heere God, uw naam zijn geprezen. U bent zo hoog verheven, zo groot en toch zo dichtbij. We danken u hier voor alles wat we meegemaakt hebben in deze zomervakantie, in de zomerperiode. Heere God, ook al zijn dingen niet altijd goed of fijn of prettig geweest, de wetenschap dat u erbij bent, dat u het ziet, dat u ons ondersteunt, is zoveel groter soms. Daar danken we u voor. Wilt u met ons meegaan? Als we nu vandaag, als we de Bijbel gaan openen, wilt u onze oren, onze hart openstellen voor wat u te zeggen heeft, zodat we u nog beter leren kennen, zodat we u nog beter mogen zien wie u bent, heer. Dat bitt ik in Jezus’ naam. Amen.
Ja, we gaan de Bijbel openen, Efeziërs: 2, vanaf vers 8 en 9. En Daniel en Ferdinand lopen weg omdat ze zich gaan omkleden. Zeg het maar, er gaan twee grote mannen uit de zaal, dan moet je toch even vertellen wat ze gaan doen. Het valt op. Brieven aan de Efeziërs. Als je een Bijbel mee hebt, dan wil ik vragen of jullie de Bijbel pakken. Een brief aan een gemeente geschreven en ook aan ons. Daar staat, door zijn Godgenade bent u eerder dan u. En daar staat, u bent eerder dan wij. En daar staat, door zijn Godgenade bent u immers gered. Dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan u zelf. Het is een geschenk van God. En geen gevolg van uw daden. Dus niemand kan zich erop laten voorstaan. Iets verder staat, in vers 10. Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn. In Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt. Klein stukje van Paulus in de brief aan de Ephesen. Ephesiers. Die ons ook wat zegt. Maar wat staan ze er nu precies? Want in de Bijbel staan heel vaak woorden en zinnen waarvan je eigenlijk denkt… …hoe kan ik dit nu toepassen en wat doet dit nu eigenlijk met mijn leven? Nou vandaag een mooie dag om daar iets over te zeggen. Met dat Johan heeft aangegeven dat hij zich laat dopen vandaag… …hebben we natuurlijk feestvieren met elkaar. Dat is prachtig. Want de doop, en dat hebben we aan het begin ook al gezegd… …is een uiting van een Christus die zegt… …ik geloof in Jezus Christus en ik geloof dat hij mij gered heeft. Gered van de zonde, vrijgemaakt. En als Johan zo meteen onder het water gaat… …dat hij schoongewassen wordt van zijn zonde en dat hij zo met God… …een relatie kan aangaan, zich kan verbinden met God. En dan nog klinkt het best abstract, toch? Want wat betekent dat nu precies? Dat gered worden en waarvan moet je dan eigenlijk gered worden? Dat is christelijk geloof. We hebben net gelezen in de Bijbel dat er staat dat het niet een gevolg is… …van je daden, niet dat je het zelf verdient. Maar dat het een cadeau is van God. En als je uitlegt wat gered worden in de christelijke traditie betekent… …dan moet je daar even op letten. Want veel religies om ons heen en eigenlijk ook wel de samenleving… …om ons heen gaat daarover. Als je dan de stappen van de wetten volgt en je volgt ze goed… …dan kom je uiteindelijk in een hemel of in een staat van iets… …wat je verdient hebt, iets wat je goed hebt gedaan. De samenleving om ons heen is dat eigenlijk precies hetzelfde. Je moet je wel houden aan bepaalde regels. En als je je daar aan houdt, als je jezelf hebt bewezen… …dan krijg je iets. Je moet het soort van zelf verdienen. En dat maakt het soms wat onmogelijk voor ons… …om als we zo denken in de hemel te moeten komen… …en over God te moeten ontvangen… …dat we er een soort van moedeloos van kunnen worden… …maar dat redden we eigenlijk nooit. Het christelijk geloof zegt dat precies eigenlijk andersom. Dat is best een heel moeilijk begrip en daar hebben we misschien… …misschien is het wel het meest onderschatte gedeelte… …van het christelijk geloof. Dat wil ik graag met jullie uitbilden en uitleggen. Stel je voor, volgende plaatje. Je staat aan een meer. En de ene kant sta jij. En je begint je leven eigenlijk. Dus je springt zo je eigen leven in. Aan de andere kant van de meer, aan de overkant… …is de hemel, is God, is iets waar je naar toe wil. Dat is wat je je moet voorstellen. Iets wat je wil bereiken. En dan spring je en je springt het water, het leven in… …en je doet je best zo goed mogelijk als je kunt… …om naar de overkant te gaan. En je spartelt en je wil zo goed mogelijk aan de eisen voldoen… …zodat je de overkant kunt bereiken. Wacht even tot iedereen zit, dan ben ik wat meer gefocust. Dus je gaat van de ene kant naar de overkant van het meer… …en je doet zo goed mogelijk je best om aan alle eisen te voldoen… …en je bent zo goed mogelijk aan het zwemmen… …zo zuiver mogelijk je leven aan het leven. Want als je dat zo goed doet, dan kom je wel aan het einde. Maar als je dan, ik weet niet of je dat weleens hebt gedaan… …in het meer springt en je bent in het midden van het meer… …dan lijkt het ineens nog wel heel erg ver. Wordt het wat dieper, is er misschien stroming… …en wordt het wat zwaarder, word je moe… …en merk je dat je misschien niet zo sterk bent, dat is aan het begin… …en merk je dat je eigenlijk het idee krijgt… Oei, dit red ik niet, ik ga zinken. Midden op het meer krijg je tegenstand, krijg je tegenslag… …misschien gaat het wel regenen in je leven… …krijg je veel met veel dingen te maken. En hoe we ook proberen ons best te doen… …hoe we ook ons leven zonder zonde willen leiden… …altijd vriendelijk willen zijn, altijd eerlijk willen zijn… …God op de eerste plaats in ons leven willen zetten… Noem maar op, er komt een moment in je leven als je aan het zwemmen bent… …ik heb dat soms dagelijks, dat je verdringt door je eigen onvermogen. Herkenbaar? Als het gaat om een meer en zwemmen, dan moet ik veel denken aan Petrus. Petrus die ook veel aan het zwemmen is. Petrus in de Bijbel, dat is het andere gedeelte uit de Bijbel… …dat gaat over de leerlingen van Jezus, die zitten op een boot op een meer… …en Jezus is daar niet bij, die is zelf een berg op gegaan om te bidden… …en op die boot zitten ze leerlingen, maar het gaat stormen. Het is diep in de nacht en de leerlingen zijn eigenlijk heel erg bang… …dat het schip zal vergaan, dat ze niet veilig aan de overkant zullen komen. En wat doet Jezus dan? Hij zegt dat het schip niet veilig is, dat het schip niet veilig is… Jezus komt dan aan over het meer. Kun je je voorstellen als het pikken donker is en het stormt… …en het is vreselijk heftig, dat als je iemand aan ziet komen op een meer… …dat je schrik. De leerlingen van Jezus denken dat het een geest of iets is. En dan maakt Jezus zichzelf bekend en dan zegt Petrus iets. Als Petrus werkelijk doorheeft dat het Jezus is, dan zegt hij heer… dan zegt hij, Heer, als u het bent, zeg maar dan dat ik naar u toe mag komen. En dan staat Jezus op het water en hij zegt, kom, Petrus. En daar gaat Petrus en hij stopt zijn voet uit de boot en stapt op het water en hij loopt naar Jezus toe. Volledig vertrouwend op Jezus, volledig gelooft hij dat Jezus Christus zijn Heer is, dat Jezus zijn redder is en hij loopt, hij loopt zelf. Het is ongelooflijk, maar Petrus loopt op het water naar Jezus toe. Hij deed alles goed. Hij geloofde in Jezus, hij vertrouwde op hem en hij stapte uit, stapte uit de boot. Maar dan, zoals het voorbeeld van ons eigen meer, komt hij op een punt in zijn wandeling naar Jezus toe, waarin hij twijfelt, waarin hij stopt, waarin hij in de fout gaat. En wat doet Petrus? Hij zingt.
Wanneer Petrus zingt kun je een soort van twee dingen doen. Je kunt zinken, maar Petrus zegt, Heer, red mij. En dat is wat Jezus doet. Hij redt Jezus. En dat Heer redt mij, dat is nu het belangrijke begrip van het christelijk geloof. Dat is nu de kern van het christelijk geloof. Waarom staat dat nu in de Bijbel? Dat Petrus over het water loopt, is een fantastische gebeurtenis. En we kunnen daar naar kijken als wow, dit kun je met Jezus doen. De Heer is Heer over zeeën, over meren, over storm. Met hem kunnen we alles, en kijk naar die Petrus, of kijk naar die Petrus, hij ging weer eens de fout in, zo kunnen we er naar kijken. Maar waarom staat er nu dat Petrus zingt en dat hij zegt, Heer, red mij. En dat Jezus dat doet, omdat dat precies is waar Paulus het over heeft in de brief aan de Ephesius. Omdat dat precies de kern is van het christelijk geloof. Niet het lopen, maar het zinken. En dan beseffen dat je gered moet worden. Je komt niet aan de overkant van je meer op eigen kracht. Niet op doorzettingsvermogen, zelfs niet op je innerlijke liefde voor mensen om je heen, voor je goede daden. Nee, je komt aan het eind van het meer als je je beseft, ik red dit niet alleen. In Paulus en in heel de Bijbel moeten schrijvers ons opnieuw vertellen dat ja, daden belangrijk zijn voor je geloof. Het is Jezus die daar duidelijk over spreekt, de broer van Jezus, Jacobus, die schrijft in zijn brief geloof zonder daden en is een dood geloof. Het is belangrijk, je daden komen voort uit een status van gered zijn. Want telkens weer benadrukt de Bijbel ons ook dat we soms zo vast kunnen houden aan wat we moeten doen, hoe we moeten zwemmen, hoe zuiver we moeten zijn, welke kant we op moeten gaan zodat we het snelst aan de overkant kunnen komen en dat we spartelen gaan in het midden van het meer en dat we niet meer om ons heen kunnen kijken en niet eens meer de overkant kunnen zien. Omdat gered worden niet gaat om de daden die je doet, maar om het cadeau wat God jou geeft als je tot besef komt, als je tot besef komt dat Jezus je zal moeten redden omdat jij het zelf niet kunt, omdat je het zelf niet kan. Maar hoe je met je geloof en gered wordt is dat je werkelijk beseft dat Jezus aan het kruis jouw zonden, jouw fouten hebt moeten dragen van mij omdat ik het zelf niet kan. Niet omdat ik het zelf niet wil, maar omdat ik het zelf niet kan. Als je dat beseft, als je beseft dat je midden op het meer op een moment komt dat je merkt, ik spartel en ik zwem en ik probeer en ik kom er niet uit, dat je dan je hand opsteekt en zegt nee, het is de Heer die mij moest redden, net als Petrus. Dat je je werkelijk beseft dat het niet iets is wat je zelf hebt gedaan, niet iets is wat je zelf kunt bewerken of wat je zelf kunt veranderen, maar dat het een cadeau is uit liefde van God voor jou. Dat is gered worden. Het voelt best ongemakkelijk toch als je zoiets krijgt, in ieder geval bij mij werkt dat wel zo, je wilt toch graag iets bijdragen. Als je straks in de hemel komt of als je Jezus wilt leren kennen of als je Christen wil worden dat je een soort van bewijs van goed gedrag wilt laten zien, ik heb echt wel mijn best gedaan, nu mag ik er toch ook wel bij horen. We willen heel graag zelf zeggen, ik weet zelf wel hoe ik moet zwemmen en ik weet wel hoe ik aan de overkant moet komen, hoe ik de overkant moet halen. Maar dat is dus niet de essentie, niet de kern van het christelijk geloof. De grondlegger van de kerk van de Nazarener John Wesley benoemt het eigenlijk in heel veel van zijn preken, maar ook in zijn dagboek. Hij zegt dan, niets heb ik te brengen, alleen mijn lege handen heb ik naar u op. Niet, zegt John Wesley, heb ik te brengen, alleen mijn lege handen heb ik naar u op. En dat is precies wat Peterus doet, dat is precies wat wij moeten doen. Als Peterus zingt zegt hij, red mij hier. En hij strekt zijn lege hand naar Jezus uit. Niet Peterus, niet zijn ik, niet zijn, ik red het zelf wel, niet zijn brani, niet op doorzettingsvermogen, niet op innerlijke liefde, niet op bewijsdrang, niet, Peterus is leeg. En als hij leeg is en merkt, dit kan ik niet alleen, strekt hij zijn hand uit en roept hij hier, red mij. Wanneer word je uit het water gered? We zitten hier vlakbij zee, maar als er iemand zich aan het verdrinken is en je komt erbij, wanneer wordt iemand dan gered? Als hij nog aan het spartelen is of zelf nog wel iets probeert? Nee. Wanneer wordt iemand gered als hij zich overgeeft? Als hij beseft en merkt, ik kan het niet alleen. Alleen zo word je gered. Alleen zo word je gered. En nu is mijn vraag natuurlijk aan u, aan jou, ben je gered? Ben je gered, bent u gered? Heb je dat moment meegemaakt in je leven dat je dacht, ik kan wel proberen heel goed te doen, maar ik kan dat helemaal niet alleen. Heb je dat moment in je leven gehad dat je dacht, ik geloof wel in God, maar ik kan niet bij hem komen, want ik doe zo hard mijn best en het lukt me niet? Heb je dat moment in je leven gehad dat je dacht, ik ben aan het zwemmen in het leven, maar ik verdrink? En heb je dat moment gehad dat je zegt, ja hier, red me maar? Heb je je lege handen naar hem opgestoken, niet nog iets achter de hand gehouden? Niet nog wel bedacht, ik kan het ook wel zelf hoor? Of met iets wat je nog achter de hand houdt, heb je je lege handen aan God geopend en gezegd, hier red mij, want ik kan het zelf niet? Is dat niet het wonderbaarlijke cadeau wat God ons geeft, waar we ons aan kunnen overgeven? En als je dat hebt gedaan, als je een moment hebt meegemaakt, of misschien maak je het wel dagelijks mee, dat je zegt, hier red me, ben je dan niet wonderbaarlijk dankbaar? Wat Jezus voor je heeft gedaan, wil je niet op je knieën hier danken voor wat Hij heeft gedaan? Als je je werkelijk beseft dat je het niet kunt in dit leven, maar met hem wel, ben je hem dan niet zo dankbaar dat je het wil roepen tot de eer van zijn naam? Dat je mensen wil delen in de vreugde die jij hebt? Dat je mensen wil oproepen, kom en zie wat ik meemaak met deze Jezus? Als je dat hebt, die dankbaarheid, wil je hem niet eren? Als je hem vertrouwt, wil je niet je hele leven aan hem geven? Wil je hem in de kerkdienst niet staan voor zijn grote naam en hem met elkaar de eer geven en hem aanbidden? Gered worden, bevrijd worden, het zijn van die woorden die we uitspreken zonder dat we er soms over nadenken, van die bijbelse termen die we zo kunnen gebruiken, maar wat doet het met u? Wat doet het met mij als ik besef dat elke dag Jezus voor mij aan het kruis is gegaan? Dat ik mag terugkijken op dat moment dat Jezus dat voor mij heeft gedaan en dat ik hem zo ontzettend doonbaar mag zijn.
Als Johan straks gedoopt gaat worden, dan doet hij eigenlijk precies hetzelfde, nou jou halen we wel weer omhoog hoor Johan, maar hij gaat onder in het water, onder het midden van het meer. En Johan, als hij boven komt, strekt hij zijn hand uit en zegt hij, Heer, red mij en in de wetenschap dat Jezus jou omhoog trekt, dat God bij je is, gaan we hem danken en loven en prijzen. Ik wil u oproepen, als je kijkt naar hoe Johan gedoopt wordt, als we feest vieren met elkaar, denk bij jezelf, ben ik gered? Heb ik het meegemaakt? En als je dat wil, laat het ons dan weten, want dan dopen we zo verder. Of gaan we met je in gesprek en dopen we de volgende keer? Daar hangt het niet vanaf. Gered worden ligt binnenhand bereik, het is jouw hand die je uitstrekt en Jezus trekt je omhoog. We gaan zagen bidden. Heer God u bent groot, u heeft hemel en aarde gemaakt, u heeft ons gemaakt, daar zijn we u zo dankbaar voor. U heeft de wereld geschapen en ons geschapen naar u evenbeeld. Heer God, wat hebben er een zooi van gemaakt in deze wereld, wat is de zon in de wereld gekomen en wat zien we dat om ons heen? Verdeeldheid, negativiteit, angst, oorlog, andere situaties die we hebben. Heer God, u heeft ons koninkrijkse kinderen gemaakt en als we ons laten redden door u, dan trekt u ons omhoog. Willen u bidden, heilige geest, wilt u ons daarvan vervullen? Wilt u die dankbaarheid in ons leggen? Wilt u onze handen doen opheffen naar de hemel? Wilt u, heilige geest, ons uw liefde laten zien zodat we werken en kunnen werken? Wilt u ons uw liefde laten zien zodat we werkelijk weten als ik mijn hand naar u uitstreek? Dan word ik gered, dan ben ik gered, elke keer opnieuw. We doen u zo dankbaarheid hier voor Johan als hij zich laat dopen. Het is feest hier, feest hier en feest bij u. En wilt u dat wat we gaan doen in het bad als Johan gedoopt wordt, dat u dat ook als voorbeeld laten zijn voor ons allemaal, dat bide ik heer in Jezus’ naam. Amen.
